Nikki loopt op straat.En haar ouders vinden dat goed ZO. Nikki denkt vaak: Ik wil een normaal leven.En we moeten toch dezelfde kant op. Nikki denkt even na. Dan zegt ze: Oke, prima!Ik moet naar hem toe!, zegt ze. Nikki's vader brengt haar met de auto.Ja, maar ik weet jouw naam nog niet, zegt Ken.Maar voor haar ouders was hij niet goed genoeg.Praat je tegen mij?, vraagt ze. Ja, zegt de man.Ik heb langer les, zegt Nikki tegen haar moeder.Ja, maar hij is mijn vriend, begrijp je?, zegt Nikki.Ze komt uit Rusland en heet Ilona.En ze heeft zelf niet veel geld.Dan is hij moe en wil hij niet meer praten.En ze stapt in. Ken heeft geen gewone auto.Ze rijden Nikki's dorp in. En stoppen in een straat.Maar mijn ouders mogen je niet zien.Hoe gaat het met hem?, vraagt haar moeder.Die man rijdt veel te snel, zegt haar moeder.Niet alleen omdat ze slecht ziet.Maar ze vindt geen vast werk.Alleen werk voor een paar maanden.Maar daar verdient ze niks mee.Nikki helpt haar moeder zoveel ze kan.Haar vader heeft een drukke baan.Maar echte vrienden heeft ze niet.Dus mocht Nikki hem niet meer ontmoeten.Ik rijd hier altijd langs, zegt de man.Ik zie je hier altijd staan.Ik ga ook naar huis, zegt de man.Dat is niet ver van mijn dorp, zegt Nikki.Misschien rijdt hij zo weer langs.Maar Nikki stapt niet in. Over 15 minuten komt de volgende bus.Ken komt niet meer, denkt ze. Ze zucht.Maar ik wil nog niet dood!Ik werk in een supermarkt, zegt hij.Maar ik heb geen vast werk.Maar Nikki zegt niets en loopt weg.Ze rijden eerst naar Kens huis.Mijn ouders zijn dood, vertelt hij.Soms gaan ze naar zijn huis.Maar hij rijdt soms te snel.Maak je geen zorgen, zegt hij.Ken moet een maand in het ziekenhuis blijven.Het gaat elke dag beter, zegt Nikki.Ik begrijp het, zegt haar moeder.Maar Jos vindt het fijn.Hoe is het met de muziek?, vraagt Jos.Daarom gaat ze naar de stad.Zo gaat het elke zaterdag.Ze woont bij haar ouders.Ze wil graag alleen wonen.Ze kan werken als secretaresse.Op de computer kan ze teksten typen.En ze kan de telefoon opnemen.Hij komt altijd laat thuis.Ze wonen in een mooi huis.Maar ze hoort ook vogels.Dan hoort ze een auto, dichtbij.En ja, ik wacht op de bus.Ik sta hier elke zaterdag.Nu ga ik naar huis.Ze kan dus nog wachten.Ik ben de man van vorige week ... Dat weet ik, zegt Nikki.Nee, ik ben te laat, zegt Nikki.Wil je met mij meerijden?, vraagt Ken.Ik moet vaak in het weekend werken.Hier stap ik uit, zegt Nikki.Het huis is klein, maar het is zijn huis.Soms rijden ze gewoon in de auto.Soms wel een uur langer.Tegen haar vader zegt Nikki niets.Nikki neemt hem mee naar de muziekschool.Op een avond krijgt Nikki een telefoontje.Daarna zegt ze niets meer over Ken.Ze loopt naar de bushalte.Nikki loopt met een witte stok.Ze ziet heel slecht.Dat mag normaal niet.